6 uur per week terug in de praktijk
Wat je als praktijkhouder concreet kunt doen – zonder dat het controle wordt
Werkdruk is in bijna elke huisartsenpraktijk voelbaar. Aan de telefoon. In de spreekkamer. Aan het einde van de dag, als de administratie weer blijft liggen.
Iedereen merkt het. Maar zodra de vraag komt waar zit het precies?, wordt het lastig.
Dan blijft het gesprek hangen op gevoel. En dat helpt niet om keuzes te maken als werkgever.
Werkdruk is zelden een mensenprobleem
In de huisartsenpraktijk werken betrokken professionals. Doktersassistenten, POH’s, praktijkmanagers: mensen die hun vak serieus nemen en veel opvangen.
Als de druk oploopt, ligt dat bijna nooit aan motivatie of inzet. Het ligt aan hoe het werk is ingericht.
Aan alles wat erbij is gekomen. Aan pieken die voorspelbaar zijn, maar niet zijn opgevangen. Aan taken die nergens echt landen.
Werkdruk zichtbaar maken begint daarom niet bij mensen, maar bij het werk.
Waar je als praktijkhouder naar kunt kijken
Zicht krijgen hoeft niet groot te zijn. Je kunt als werkgever al veel zien door heel praktisch te kijken naar het dagelijks werk.
1. Kijk naar vaste piekmomenten in de dag
Bijvoorbeeld:
-
De telefoon tussen 8.00 en 9.00 uur
-
De combinatie van spreekuur + herhaalrecepten + overleg
-
Het einde van de middag, als alles “nog even” moet
Vraag je af:
-
zijn deze pieken elke dag hetzelfde?
-
wie vangt ze op?
-
wat schuift daardoor automatisch door?
Dit gaat niet over tempo of belastbaarheid, maar over planning en verdeling.
2. Breng in kaart wat “erbij” is gekomen
In veel praktijken zijn taken langzaam gegroeid:
-
extra administratie vanuit ketenzorg
-
afstemming met wijkteams of GGZ
-
digitale vragen, portalen, e-consults
Vaak zonder dat er iets is afgegaan.
Als werkgever kun je hier simpelweg vragen:
-
welke taken zijn de afgelopen jaren toegevoegd?
-
wie doet ze nu?
-
is daar tijd voor ingepland, of gebeurt het tussendoor?
Wat nergens staat ingepland, wordt altijd extra druk.
3. Kijk naar werk dat structureel buiten werktijd gebeurt
Niet om dat af te rekenen, maar om het serieus te nemen.
Bijvoorbeeld:
-
administratie aan het einde van de dag
-
overdrachten die pas na sluitingstijd rustig kunnen
-
afstemming die “even snel” tussendoor moet
Als dit structureel gebeurt, zegt dat iets over de inrichting van het werk. Niet over de inzet van je mensen.
4. Gebruik het teamoverleg anders
Veel overleg gaat over incidenten: wat er misging, wat druk was, wat vervelend voelde.
Je kunt als werkgever het gesprek kantelen door te vragen:
-
waar liep het werk deze week vast?
-
wat kostte veel energie?
-
wat kwam steeds tussendoor?
Niet om oplossingen af te dwingen. Wel om patronen zichtbaar te maken.
Van zicht naar inzicht naar gesprek
Zodra dit soort dingen benoemd worden, ontstaat inzicht. En inzicht maakt het gesprek mogelijk. Niet over wie het niet aankan. Maar over hoe het werk nu is ingericht.
Dat gesprek gaat over keuzes:
-
wat doen we wel, en wat niet meer?
-
wat moet structureel anders georganiseerd worden?
-
waar moeten we als werkgever iets regelen, in plaats van vragen om flexibiliteit?
Dat gesprek geeft ruimte en lucht. Omdat het ontlast. En omdat het niet persoonlijk wordt.
Ook helpend richting zorggroepen en verzekeraars
Dit soort inzicht helpt ook buiten de praktijk. In gesprekken waarin gevraagd wordt om verantwoording, capaciteit of onderbouwing. Je hoeft dan niet te praten over “hoge werkdruk” in algemene zin. Je kunt laten zien waar het werk vastloopt en waarom.
Dat is een ander gesprek. Rustiger. Concreter. En beter vol te houden voor je team.
Werkdruk zichtbaar maken is werkgeverschap
Werkdruk hoeft niet eerst gemeten te worden om serieus genomen te worden. Maar als praktijkhouder heb je wel de verantwoordelijkheid om zicht te hebben op hoe de organisatie van het werk je mensen belast.
Niet om te controleren. Niet om te vergelijken.
Wel om te kunnen zorgen voor een praktijk die werkbaar blijft. Voor vandaag. En voor de mensen die er morgen nog steeds willen werken.

Nicole Bremer
SPRNG support
Ook interessant om te lezen:
Hoe je in 5 dagen je team kwijtraakt – de misstap die veel praktijken nu maken met AI
Eerst de basis, dan de technologie
Hoe je in 5 dagen je team kwijtraakt (en wat je beter kunt doen)
Tijd voor de patiënt terugvinden
Zelfzorg in de zorg: hoe doe je dat als alles belangrijk voelt?
Welke overleggen voegen waarde toe — en welke niet?
Praktijkvoering in de praktijk
Je kent het wel. Net als je denkt: “Even ademhalen, even de dag plannen,” staan er al drie collega’s aan je bureau. De assistente die zich ziek meldt, de patiënt die perse vandaag geholpen moet worden, de printer die vastloopt – en ondertussen schuift de stapel...